Inverpolly Lodge, Schotland 15-09 – 23-09 2012

Posted on 24 september 2012

2


Voor de tweede keer een week naar de lodge aan de Polly Rivier in noord west Schotland. Grotendeels dezelfde groep: Cor, Wim, Eelco, Pieter, Peter, Patrick, Cees, Simon, Wim en Jan. Het zou zéker gezellig gaan worden.

Bekend terrein van vorig jaar met als keuzes zalm- en forelvissen in de rivieren en meren en zeevissen vanaf de rotsen op pollak. De extra attractie is een klein bootje dat met weinig wind op zee te gebruiken is om langs de eilandjes te varen.

Ik moest nog steeds m’n eerste vis aan de vliegenhengel vangen, dus dat zou nog steeds een zalm kunnen worden ook!. Het vangen van deze ‘eerste’ vis was het hoofddoel van m’n trip en ik zou eigenlijk met elke vangst tevreden zijn. Aan zee zou het met de pollakken wel gaan lukken.

Na bootreis IJmuiden-Newcastle volgde een dag rijden naar de lodge. Onderweg boodschappen doen voor de komende week, er is geen winkel in de directe buurt van de lodge. De eerste dag ging ik mee met Cees en Simon, ’s ochtends met de vlieg de Polly bevissen. Dankzij de goede tips van Cees is m’n werptechniek vooruit gegaan. En na een paar uurtjes gooien ving ik zowaar de eerste vis, een bruine forel van ongeveer 25 cm. Het beestje had de gele Ally Shrimp geheel verslonden, zodat deze meeging voor de rookoven. Simon ving een pracht van een zalm. ruim 65 cm, een dame. Deze zat mooi in de kaak gehaakt en ging dus, na een paar snelle foto’s, onbeschadigd weer terug. We zagen diverse vissen zich actief aan de oppervlakte vertonen, maar de rivier afvissen leverde geen aanbeet meer op. De middag werd besteed met het bekijken en bevissen van het snelstromende riviertje Osgaig. Voor mij was dat vliegvistechnisch een maatje te groot; de wind stond zodanig dat alleen met een vlekkeloze techniek de vlieg op de goede plaats terechtkwam. Het was mooi en erg leerzaam om naar de worpen van met name Cees te kijken. Simon ondernam een waadpoging om vanaf een steen in het midden van het water te vissen. Het prachtige stuk water leverde geen aanbeet op en we zagen ook geen activiteit.

De volgende dag lonkte de zee dan toch zo hard dat Eelco en ik onze eerste trip naar de ‘Wasmachine’ ondernamen. Het was eigenlijk beter zalmweer (veel wind, Noordwest 6 ofzo, bewolkt). Op de stek aangekomen bleek het water nog zo hoog te staan dat hij alleen van bovenaf benaderbaar was. Eelco was de rots al afgeklauterd en kon snel ingooien. Ik had besloten nog even te wachten. De klim naar beneden was best lastig met een neopreen waadpak (je wil niet een scheur veroorzaken door achter een scherpe steen te blijven hangen). Reeds na z’n derde worp stond Eelco alweer met een kromme hengel en kon kort daarna z’n eerste mooie pollak landen.

Het water was inmiddels gezakt en ik had genoeg moed verzameld om de afdaling in te zetten. Eelco bleef mooie pollakken vangen, hij had een dag met een gouwe randje. Ik kwam er niet zo in en ving deze middag een paar kleine pollakken (tot 50cm). Eelco eindigde met zeven vissen, allemaal 60cm en groter en een aantal kleinere vissen. Later deze week zouden de filets, in stukjes gesneden en in een bierbeslagje, via de frituurpan de magen van de 11 mannen bereiken.

Die avond zijn Eelco en ik naar de Polly Bay gegaan met strandhengels om in het donker een paar uur met zagers, mesheften en zandspiering op de bodem te vissen. Hoewel de baai bezaaid ligt met ronde keien in vele maten (later meer over deze ‘evil ones’) ligt er ook een flinke zandplaat. We hebben aanbeten gezien, maar omdat de haken kaal terugkwamen moeten dat vrijwel zeker heel veel krabben zijn geweest.

Woensdag werd weer zeedag, met Eelco, Pieter en Jan. Makreel stond op het lijstje, zowel voor Jan als aasvis voor het snoekbaarsvissen en voor het lokale rookoventje. Op het erg comfortabele plekje in de Boat Bay werd een schooltje makreel gevonden en diverse vissen kwamen aan de verenpaternosters binnen. Ik viste met een zinkende bombetta met een shadje en ving pollak tot ruim 45cm. De oversteek naar de Wasmachine leverde een paar pollakken en geen makreel op.

De windverwachting voor donderdag was dermate dat er met het bootje kon worden uitgevaren. Bootje, want het ding is een kleine 5 meter lang en wordt aangedreven door een vijf PK motortje. De maximale windkracht om je met dit ding buiten de baai te begeven is twee, zullen we maar zeggen. Zeker als je rond de eilandjes dicht langs de kant slepend je aasje wilt aanbieden, kan een beetje deining het bootje makkelijk tegen de rotsen gooien. Eelco en ik waren de gelukkigen om de eerste 3 uurs-sessie in de ochtend mee te mogen. Cor kent de omgeving goed en zou die dag varen. Het duurde een kwartiertje voordat de eerste vis zich aandiende. En na een half uur lag er één mooie pollak aan boord, gevangen door Eelco. Ik ving er eentje van een kleine 50cm en die ging onbeschadigd retour. We hebben de kantjes rond drie eilanden en wat steile wand van het vasteland afgevist.

Ik heb op het open stuk een tijdje gesleept met een kleine pollak, gehaakt aan een sandeel. De rest van de trip leverde slechts een paar kleine pollakken en koolvissen op. ‘Vroeger’ lag na een dergelijk tochtje bijna altijd de bodem bezaaid met pollak. Geen idee wat we niet goed deden, Cor begreep er ook niets van. Het idee was de volgende groep op het strand van de Polly Bay op te pikken. De wind was echter opgestoken -naar drie tot vier- en deining maakte dat de branding aan het strand dát plannetje onmogelijk maakte. Snel voeren we terug naar de haven. Helaas kon er die dag niet meer worden uitgevaren.

Die middag wilden we gaan kijken of er met kunstaas iets te vangen zou zijn aan de linkerkant van de Polly Bay. Op de weg ernaartoe gleed ik langzaam uit langs een ronde kei, verloor m’n evenwicht en kwam, met een rugzak op m’n rug op, vrij rustig tegen een steen terecht. In die tas zat echter een plastic kunstaasdoosje, dat met de kleine zijkanten het eerste kontakt tussen de stenen en mijn ribben maakte. Met als gevolg een paar gekneusde ribben. Het ongeluk zit maar weer in het kleine hoekje. Ik had deze keer niet gecontroleerd hoe dit doosje in de slappe tas zat. Dat had ik eerdere keren juist wél gedaan. Maargoed, met wat toegestopte ibuprofen ging het wel een beetje. Een paar worpen met een ondiep duikende plug leverden mij slechts trosjes wier op. En het werd wel tijd terug te gaan. Eelco ving een stukje verderop vanaf de rotsen een aantal pollakjes.

Donderdag na een onbijt met ibuprofen ging het na een paar uurtjes wat beter en Patrick, Pieter en ik gingen naar de Polly. We kregen zon, wind, hagel en regen over ons heen, en konden geen vis verleiden. Na de lunch wilde ik toch wat doen om in beweging te blijven (niezen en hoesten, oemf…die doen vooral pijn) en ik besloot heel rustig aan een stukje tegen de Polly op te lopen, richting, de bosjes en dan op m’n gemak de rivier teruglopend af te vissen. Er stond weinig wind, er was veel zon. Die dag heb ik heerlijk staan oefenen op het inwerpen. De tips van Cees waren goed blijven hangen en ik kreeg de vlieg meer en meer onder controle. Ook de afstand begon toe te nemen en de windknopen namen sterk in aantal af.

Zaterdag moest er een zetpil aan te pas komen om het ongemak aan de ribben dat het bewegen belemmerde wat te bedwingen. Een paar uur later vond ik tóch dat ik de klim naar zee moest ondernemen. Eelco, Pieter en Jan waren er al, ik vond het jammer dat ik nog niet klaar was om mee te gaan. Ondanks dat de weg dacht te kennen, kwam ik toch precies op een ander plekje terecht dan ik van plan was.

Eelco stond 100 meter verderop links en Pieter en Jan ruim 50 meter naar rechts. Het zou een flinke klauterpartij vergen om bij elk van hen aan te sluiten. Ik was al blij dat ik daar was gekomen -de zetpil deed z’n werk goed en het lukte niet uit te glijden op de drassige bodem- en besloot rechtdoor naar zee te gaan. Het plekje zag er, ondanks de steile afdaling, veelbelovend uit.

De eerste worpjes met het sandeeltje op een 28 grams loodkop -heel voorzichtig uit de heup- leverden wat tikjes op. Eelco gaf aan te verkassen en verdween uit zicht. Pieter en Jan gaven aan ook te verkassen naar de Boat Bay en verdwenen ook over een heuveltje. Tja, nét begonnen en nu alweer verkassen, en waarheen dan? Ik besloot dus te blijven en kort erop haakte ik een mooie vis. De 3,25lbs hengel werd tot het handvat kromgetrokken en slip deed z’n werk. Een mooie vis kwam op een golfje binnen en zat mooi voorin de bek gehaakt. Eigenlijk zou de vis kwa grootte meemogen voor de voorraad van Jan. Ik had geen plastic zak bij me en het leek me niet slim om met een hele vis, of zelfs wat losse filets in m’n andere hand een steile heuvel te beklimmen en door de bagger te gaan banjeren. De vis ging na een foto onbeschadigd retour.

Een paar worpen later vond ik het mooi geweest en besloot naar de Boat Bay te gaan. Toen ik weer boven was, kwam Eelco er ook aan, zodat we samen naar de Boat Bay liepen. Een heerlijk plekje om uit de wind en in het zonnetje even wat te eten en proberen een makreeltje te vangen. Die gaven helaas niet thuis. Verplaatsing naar de Wasmachine leverde ook geen vis op. De jongens bleven nog en ik ging, tevreden met de ene mooie vis, terug naar de lodge. Aangekomen bleek dat er die middag maar liefst twee zalmen waren gevangen op de dichtstbijzijnde stek in de rivier, hoewel de omstandigheden ‘zalmtechnisch’ slecht waren (weinig wind, veel zon, geen regen): een prachtig pikzwart mannetje (12 pond) door Peter en een mooie dame van een kleine 70cm door Cees. Helaas in de kieuw gehaakt, zodat deze door de plaatselijke rokerij behandeld en later verstuurd gaat worden.

Het was weer een prachtige week met een erg leuke groep vissers. Genoten van de omgeving en van de de lol met de mannen. En ook pech hebben is onderdeel van het hengelaarsleven. Nu maar hopen dat ik op tijd ben hersteld om de komende strandwedstrijden een beetje redelijk te kunnen vissen…

Groeten!

Marc

Advertenties