4 Augustus 2015 De harders van Amsterdam De eerste aan de oudste

Posted on 4 augustus 2015

1


Zo, dat was een best lange pauze, in blogtermen gesproken. Heb ik al die weken dan niet gevist? Jazeker wel: vergeefs op harders in de havens, vergeefs op makrelen op de pier en ook nog vergeefs tijdens de verder prima en heerlijke vakantie in het iets té bloedhete Italië. Vistechnisch niet allemaal écht geinspireerd. Het vervolgens weinige succes inspireerde ook al niet tot een leuk schrijfseltje.

Nu er weer eens ‘succes-na-hard-werken’ is te melden, slaat de inspiratiemeter wat verder uit.

Een oude wens is vandaag in vervulling gegaan: een harder vangen aan m’n oudste hengel/molencombinatie, de Mitchell 1,5 lbs karperhengel, 3.60 meter, glasvezel, roestvrij stalen geleideogen, in combinatie met de nog oudere ABU Cardinal 40 met (nieuwe 😉 ) 30/00mm nylon op de spoel, ongeveer 35 jaar in mijn bezit. Onder het geweld hebben de ouwetjes zich keurig gehouden.

IMG_1882-dunlip-staand

Wel heeft het even geduurd voordat het hoogtepunt daar was, namelijk keurig op het eind. Na vier en een half uur ‘schaken met vissen’. Wat er gebeurde:

Rond 14:00 uur loop ik een stukje langs het water om te kijken ‘of ze er zijn’. Gelukkig zie ik al vrij snel een kolk en een vin boven water. Er is een groepje langs de oever aan het trekken.

Terug op ‘mijn’ stekje maak ik snel een voerplekje, zodat er wat klaar ligt als dit groepje bij mij langs komt. Dan breekt het wachten aan. Ik ben ongeduldig en loop om de tien minuten weer even langs het water. Zo gauw ik de harders zie, draai ik me weer om en ga terug om de gedekte tafel nog wat bij te vullen.

IMG_1879-gedekte-tafel

Na het derde wandelingetje zie ik harders op mijn stekje. Klik, we zijn begonnen! Over naar fase twee. Die vissen moeten hier willen blijven! De hengel blijft in het gras klaarliggen en met een eetlepel werp ik elke minuut een klein wolkje voer. Ik kan de vissen goed zien. Het lukt om het voer steeds nét uit de buurt van ze te gooien. Zou zonde zijn ze weg te jagen met je lokvoer.

Ze gaan eten, het is duidelijk te zien. En het zijn er best veel, ik tel er een stuk of acht, allemaal mooie vissen. Het wordt tijd de hengel erbij te pakken…

De vrij stevige wind heb ik vandaag redelijk mee, wat fijn is, als je vist met een klein vlokdobbertje. Makkelijk gooi ik het voorbij de azende vissen en draai het langzaam binnen tot bij ze in de buurt. Er is interesse, maar ofwel ze keren vlak voor mijn broodvlokje weg ofwel ze ‘proeven’ even en spugen het snel uit.

Het is weer allemaal berespannend! Alles is goed te zien omdat het dobbertje op pakweg 25 centimeter diepte staat afgesteld. Het onderlijntje is van 20/00mm fluorocarbon. Dunner durf ik niet aan. Het haakje vervang ik voor een nog kleiner maatje. Wellicht houden ze dan het aas wat langer in de bek?

Het continue blijven strooien van kleine beetjes voer heeft z’n effect want er zwemmen nog steeds harders voor m’n neus. Enthousiast draaien ze rondjes over de tafel, en zuigen vooral de kleine stukjes brood op. De grotere stukjes (ook dus zonder haakje) spugen ze uit of negeren ze. Maar soms pakken ze ook mijn vlokje eventjes.

De spanning loopt op, en ik sla een aantal keer een gat in de lucht als ik denk dat de harder het vlokje binnen heeft. M’n gevoel wil het haakje toch maar weer terug naar de oude maat. De harders lijken niet verjaagd, maar het zijn er nu nog vier die rond blijven neuzen.

Oke, fase drie is aangebroken, het echte geduld mag nu aan de bak. De vissen reageren op het ingegooide voer. Een paar plonsjes van een klein beetje is al genoeg om ze weer naar de stek te krijgen. Nu nog eentje zo gek krijgen nog wel even dat -toch nét andere- vlokje mee te pakken. Het is inmiddels rond een uur of vijf.

Stug volhouden kleine beetjes voeren laat de harders, waaronder een hele mooie met een rozerode gloed op de zij, rondsnuffelen. Weer wordt m’n vlokje gepakt en uitgespuugd, afgekeurd of genegeerd. En ik sla weer een keer of twee mis. De vissen laten zich hierdoor nog steeds niet uit het veld slaan. Even wat bewegende beelden van een van de eters:

Dan, als het tweede brood zo goed als op is en m’n vertrek dus nadert, pakt een van de vier weer eens mijn broodvlokje en lijkt nu iets langer te genieten…Ik zie de vis recht van voren de bek sluiten…in een gevoelsmatige slowmotion sla ik aan en daar is het moment! Hangen!

De ouwe Mitchell gaat in een mooie kromming, maar een verwachte spurt blijft uit. Omdat de vis niet duikt, pak ik even snel de camera en film met de linkerhand een stukje van hoe de vis zich gedraagt.

Een beetje vreemd dus. Tijdens de dril blijven er opnieuw harders met de gehaakte vis meezwemmen. Helaas niet de hele tijd, dus dat staat dan weer niet op dit filmpje. Op een gegeven moment moet je toch écht weer een keer aan de molenslinger draaien. Het wordt al bijna tijd voor een GoProhoo! 😉

Deze harder blijft alsmaar op deze manier rondploegen, zonder de slip aan te spreken. De vis naar het schepnet (jawel, ik blijk er tóch een te hebben waar een harder in past 😉 ) krijgen, duurt overigens nog wel even. Dat is vooral vanwege de onderlijn, die het met één goeie ruk of sprong kan begeven. Ik doe het dus rustig aan. Rond half zeven is de vis binnen.

Wow, toch weer groter dan dat hij in het water leek! Het haakje keurig in het schanier. Geen centimeterlint bij me, dus de vis met de hengel gefotografeerd. En daarna thuis de hengel met een meetlintje nagemeten.

IMG_1886-sta-lig

Want het Nederlands record dunlipharder staat, ik meen, op 68 centimeter. En volgens mij heb ik vandaag niet de grootste van het stel gevangen. Ik maak er 65 centimeter van, nog steeds een heel prachtige vis waar ik erg blij mee ben.

Na de foto’s terug in het water is de vis even versuft, maar na een paar seconden verdwijnt hij (zij?) met een stevige staartslag naar de diepte.

Een mooie eind aan de partituur van deze middag, met een trage doch zekere opbouw. Je doet er wat voor, maar dan kan je ook wat moois terugkrijgen!

Groeten!
Marc