Augustus 2018 Vakantievissen: campertrip Noorwegen

Posted on 19 augustus 2018

23


Drie weken met een (huur)camper op pad voor een vakantietocht door Noorwegen is fantastisch en meteen al, ook vistechnisch gezien, véél te kort. Zelfs als je het gebied waar je wilt kijken en vissen reeds tevoren inperkt. Vandaar een zeer lang doch hopelijk licht verteerbaar verslag met een overdaad aan (vis)foto’s, inclusief wat culinaire hoogstandjes ‘on the road’. U bent gewaarschuwd.

Het is bijna tien jaar geleden dat we een weekje bij Bergen uit ons ‘eigen’ bootje in het meest noordelijke puntje Noordzee visten. De week daarna zijn we in ons tentje camperend langs de kust afgezakt naar Kristiansand. Aangestoken door de Spanjetrip met een camper van vorig jaar willen we nu een hoger stukje Noorwegen eens goed bekijken. Als verste punt hebben we Ålesund gekozen.

We rijden met vrienden en hun kinderen samen op via Kopenhagen langs de Zweeds kust. Na een tussenstop bij een Noorse studievriend en zijn gezin in Göteborg komen we, voorzien van goeie tips, Noorwegen binnen. Vanaf Ålesund willen we in korte etappes langs de kustroute afzakken tot aan Bergen en dan in wat grotere stappen weer op huis aan. Het gezin besluit een iets kleinere bocht te maken en we spreken af elkaar later weer te ontmoeten in het zuiden van Noorwegen op de weg terug.

Geen bootje dus deze keer, maar met de camper op zoek naar mooie plekjes aan fjorden en zee. Vissen vanaf de kant en de verwachting is vooral pollak, makreel en, bij de (veer)bootsteigers, lipvis te vangen. Heilbotten en ander groot gespuis van dieptes of open zee moeten maar even wachten tot een volgende keer.

Op de meeste plekken heb ik één á twee maal gevist. Om een plekje beter te leren kennen is er natuurlijk veel meer tijd nodig dan de eenmalige kennismaking van een paar uurtjes. Het is dan ook slechts mijn aanpak die ik beschrijf, zonder overigens te pretenderen dat dat de beste is. We hebben op hele mooie plekken gestaan, ik heb ontzettend genoten van het vissen op al die plekjes en het soortenlijstje is tot negen gekomen, waaronder vier soorten lipvis. En een paar leuke knallers gehad aan de spinhengel.

Er zijn vier hengels mee: twee spinhengels (20-45 gram en 80-100 gram), karperhengel (3.5lbs) voor het lompere spin- of dobberwerk, de vliegenhengel en een -zelfgemaakte- gaf, verdeeld over twee kokers. Drie molens, twee dozen kunstaas, bombetta’s, onderlijn- en kleinmateriaal (haken, wartels, kralen enzovoorts), dit alles uiteraard in allerlei varaties, diktes, zwaartes en groottes. En een klein voorraadje bootonderlijnen van de vorige keer en een paar zware pilkers. We kunnen natuurlijk per ongeluk wél op een bootje belanden…

Een buideltje tools erbij en toch blijft er nog ruimte over in m’n viskistje, zodat een meeneemrugzakje, opvouwemmertje en de mutsen en petten er makkelijk ook in passen. Compact setje deze keer. Ik heb aldaar voor de visserij niets hoeven kopen, behalve diepvriesgarnalen.

Duitsers
Na zes dagen, over allerlei wegen met prachtige uitzichten, toeristische hoogtepunten en prachtige overnachtingsplekken, komen we aan op de eerste plaats waar in zout water valt te vissen. Bij Liabygda aan het Storfjord vinden we een klein haventje met een prima parkeerplaats.

We blijken trouwens niet de eersten, er staan reeds twee Duitse busjes en de dames staan te vissen.

Tijdens de eerste afdaling langs de stenen naar het water meteen een wat sinistere begroeting…

Vissen vanuit de camper in Noorwegen, we zijn begonnen!

Gezien de hoge steile bergen moet dit een diep fjord zijn. Het 35 grams pilkertje doet er ruim vijftig tellen over om de twee bijvangertjes naar de bodem te krijgen. Aan de stroming langs de kant te zien is het afgaand water. De oeverzone blijkt vrij van obstakels. Het duurt toch nog een uurtje voordat de eerste vis zich aandient. De ondermaatse pollak zwemt alweer voordat er een foto is gemaakt, maar tot aan etenstijd is het niets…

Na het eten is er dan toch het eerste spektakel van de trip. Ineens een flinke beuk op het pilkertje en de 80-grams hengel gaat krom. De slip van de Spinfisher 4500 moet wat meters 12/00mm Spiderwire afgeven. Het blijkt een mooie pollak van pakweg 60 centimeter. Dat is een hele lekkere binnenkomer!

De Duitse buren vangen een horsmakreel van ruim 40 centimeter en we spreken af de volgende dag samen een barbeque met de gevangen vis te houden. Er is een regenachtige dag voorspeld, maar de locatie nodigt eenvoudig al uit tot verlenging van het verblijf.

De volgende dag vouwen de wolken zich om de bergen en is het slechts af en toe helemaal droog. Er staat hier weinig wind en dat maakt veel uit. Het is na al die maanden zonnig en droog Nederland wel weer eens fijn om een buitje op de kop te hebben. De investering in een goede Gore-Tex regenjas verdient zich meteen terug.

Na een halve dag tevergeefs gooien, kom ik tot het formidabele inzicht om ’ns een ander lijntje te pakken… Het wordt een haringlijntje met haakjes 8 en een 25 grams pilkertje. Het blijkt een gouden wissel want al na de eerste worp wordt de zaak vlak onder de kant stevig aangepakt: makrelen!

Alle haken vol, de montage houdt het wel, maar ik vrees dat van de vier makrelen er onderweg naar de barbeque een paar aan de kleine haakjes zullen ontsnappen. Met wat Duitse hulp lukt het om er drie op de kant te krijgen, prachtige ronde makrelen, over de 40 centimeter lang en lekker dik.

De barbeque is ‘gered’.

Alles wat ik nu nog zal vangen, gaat weer terug. Tijdens en na de maaltijd vangen de Duitsers nog wat makrelen, die voor de volgende dag in hun koelkastje gaan. En alsof ze het daar beneden vernomen hebben; ik hoeft slechts één klein pollakje terug te gooien.

Buzzie
Met een beetje pijn in het hart om deze geweldig rustige plek te verlaten, rijden we naar Ålesund. Ook hier weer vissen vanuit de camper. De parkeerplaats aan het water is op kruipafstand van het centrum van dit stadje. De frisse wind komt hier schuin van voren en gaat regelmatig vergezeld van een buitje. Het water blijkt op werpafafstand pakweg 20 meter diep te zijn oplopend naar ongeveer tien meter vlak voor de kant.

Het haringlijntje met de kleine haakjes mag meteen weer beginnen en scoort al snel een babypollakje.

Ditmaal hangt aan het eind een Buzzbomb van 40 gram. Ooit gekocht op Vancouver Island na die fabeltastische visdag. In Nederland nauwelijks mee gevist en nog nooit wat mee gevangen.

U raadt het al, vandaag grijpt een lekkere dikke makreel ‘m.

Deze en de latere makrelen in dezelfde maat mogen als dank nog een stukje groter groeien. We gaan niet elke dag makreel eten. Er gaat er eentje het vriezertje in om later als aas te dienen. Maar Buzzie mag blijven.

Geen hengels, wel vissen. Een bezoek aan het aquarium van Ålesund mag natuurlijk niet ontbreken. De grote tank bevat een indrukwekkende verzameling van ‘onze’ doelsoorten aldaar.

Op het eiland Runde staan we op een prachtige plek aan de zuidkant. Naar dit eiland ga je voor de vogels, niet voor het vissen. Tenzij je als kantvisser op deze plek de confrontatie aangaat met het welig tierende (kelp)wier in het ondiepe water. Ik wil er geen tijd aan besteden.

In de ochtend vliegen de zeearenden boven ons en de Jan van Genten boven de baai. Aan de noordkant maken we een wandeling naar de plek waar de papegaaiduikers nestelen. Maar helaas, ze zijn er niet, zelfs niet eentje, die nog wat zin had om te blijven. Wel zien we in de verte de Jan van Genten plek. Nog nooit zoveel van die beesten bij elkaar gezien.

Schapen in een tunnel op Runde op de weg terug.

Een heel gemoedelijke ‘bedel’meeuw die liever nog veel dichter mij me was gekropen.

Dynamo
We rijden over de 61 een stukje naar beneden en belanden op een camping bij Torvik. De dynamo van de motor blijkt stuk en moet worden vervangen. We vinden gelukkig dicht in de buurt een garage die dit kan repareren, en bovendien de volgende ochtend al. Op de camping op een paar kilometer afstand hebben we stroom, zodat we in ieder geval nog kunnen starten om naar de garage te rijden.

Op de vrije steiger in het haventje doe ik in het lekker warme zonnetje zonnetje m’n eerste poging om lipvissen te vangen. De lichtste spinhengel met een tweehaaks paternoster en een klein loodje. Aan de haakjes een reepje makreel. De zaak gaat rechtstreeks naar beneden langs de steiger.

Meteen volgen kleine felle rukjes, maar een echte aanbeet blijft tot vervelens toe uit. Af en toe volgt een klein pollakje de montage tot aan het oppervlak, maar dat blijft het grootste spektakel.

Even met de vliegenhengel gooien voelt al snel zinloos en ook de bombetta inspireert niet. Dan maar weer terug naar het vertikalen langs de steiger. Liever ‘zinloze’ aanbeetjes dan helemaal niks. Het zonnetje gaat plaats maken voor wat regenbuitjes. De inmiddels iets grotere lapjes makreel hebben nog steeds geen lipvis opgeleverd. Maar dan ineens een enorme dreun.

Het lijkt alsof de zaak vast zit, maar nog geen seconde later beweegt het al en begint het feest. Het hengeltje gaat ouwerwets krom en de slip moet bijspringen. Rust en beleid brengen de vis hoger. Het blijkt weer een prima pollak te zijn.

De filets zijn precies genoeg voor twee! Onverwachts toch nog verse vis vandaag en de barbeque mag weer in actie. Aardappeltjes in folie in de bbq erbij en gebakken groene asperges met knoflook.

De andere vismomentjes leveren slechts wat babypollakjes op. Na een kort ochtendje wachten rijden we de volgende dag, weer zelfladend op de nieuwe dynamo, een stukje richting het zuiden.

Pontjes
Het gebied van de pontjes is aangebroken. De spinhengel staat klaar in de douche met een kleine selectie kunstaas om de soms lange wachttijden bij ferry’s te overbruggen. Bij de ferry van Arvika naar Koperness vis ik zelfs aan beide kanten van het fjord.

Op de steiger bij Arvika slaat er na drie worpen alweer een enorme dreun in. De 80 grams hengel kan de vis wat sneller naar boven krijgen en het blijkt dat de dreg van de pilker in z’n zij zit gehaakt. Natuurlijk heb ik de zelfgemaakte gaf niet bij me, en roep Petra om deze uit de auto te halen.

Het is een oude glasvezel telescoophengel in korte delen, met een 10/00 haak op het derde deel vanaf de top. Niet meteen bedoeld om grote vissen van vijf meter hoogte op te tillen, maar eerder om ze naar een geschikte plek voor landing te loodsen.

Een vriendelijke Roemeen biedt in het Engels aan te helpen met gaffen, maar helaas schiet de vis los voordat de haak goed heeft kunnen pakken. Hij woont al jaren in Noorwegen en tipt dat aan de overkant bij de pont een mooie diepe put dicht bij de kant ligt. We hebben in dit gebied geen haast en maken naast de pont bij Koperness een lekkere lunch. Na de koffie nog even een uurtje gooien en dan weer verder. Ook hier weer een paar babypollakjes.

Bij de ferry van Rysjedalsvika naar Rutledal moeten we bijna drie uur wachten op de volgende of toch maar omrijden. We maken er het beste van met een lekkere lunch en daarna een paar uurtjes vissen op lipvissen vertikaal vanaf de steiger.

Terwijl wij onze gebakken eitjes met spek zitten te eten zie ik uit het raam dat twee ‘locals’, we schatten in vader en dochter, ook vanaf de steiger vissen. Ze vissen met stukjes garnaal en de haak zit zeer dicht bij het lood. Dát moet de montage zijn om die snelle lipvissen te pakken te krijgen!

Wij hebben ook een zakje garnalen in de diepvries liggen, eigenlijk bedoeld om op te eten, maar een paar zijn wel te bietsen voor wat plezier. Petra mag het eerste aasje laten zakken en nog voordat goed en wel de bodem is bereikt, kan ze de hengel alweer heffen. Met een flinke lipvis er aan!

Nouja, zo moet het dus. Snel zorg ik dat ook mijn stukje garnaal naar beneden zakt en sta een paar seconden later met een kromme hengel. Een andere soort.


Na ruim een uur allerlei soorten lipvissen door elkaar vangen, nemen de aanbeten af en wordt het tijd de bus weer op te zoeken om een kwartiertje later de ferry naar Rutledal op te rijden.

Sognefjord
We hebben een plek bij een haventje aan het Sognefjord op het oog. De weg ernaartoe is inderdaad zeer smal, zo stond op de app bij de reacties te lezen. Het zou er erg stil zijn en een verlaten indruk maken. Aangekomen ziet alles er nieuw en picobello onderhouden uit, inclusief de boten in het haventje. Het is inderdaad erg stil, maar we voelen ons veilig.

Later zal trouwens blijken dat je vanaf de andere kant komend slechts een klein stukje smalle weg hebt en daarna aankomt in een gebied dat druk is bebouwd met vakantievilla’s. Het is dus maar vanaf welke kant je komt, hoe je je op deze plek kan voelen.

Dit is wel weer zo’n kantstek waar je een paar dagen aan zou willen besteden. Vanaf de rotsen links van het haventje kun je prima vanaf de kant vissen. Bij de eerste drie uitlopers is er bij de stokken ondiep begroeid water, maar bij de vierde en laatste krijg je ineens tot pakweg zestig tellen de tijd om het kunstaas de bodem te laten halen en kijk je uit over het fjord en een grotere baai. Ik heb voor de eerste keer de karperhengel meegenomen, en vis met kunstaas in alle soorten en maten, maar helaas vang slechts wat babypollakjes.

Onderweg kom je van alles tegen. Maar wat is het?

De volgende ochtend sta ik om 06:00 uur met de 80 grams spinhengelhengel op de vierde uitloper. Emmertje mee, gafje mee, regenjas mee, alles check. Als eerste mag Buzzy met z’n haringpaternoster even checken of er makreel in de buurt is. Al snel blijkt van yes, want het tuigje wordt al tijdens het zakken van de derde worp fors aangevallen. Het lukt om drie makrelen van de vier te landen. Ze gaan in het emmertje voor een lekkere makreel-kokossoep en en vanaf nu mag alleen nog een hele dikke makreel mee. De rest gaat terug.

Ook wissel ik vaker van kunstaas: shads, pilkers van klein tot groot, niets wordt gepakt. Buzzy geeft iedere keer snel succes. Na tien makrelen borrelt er ineens een snood -en volgens mij ook in Noorwegen illegaal- plannetje omhoog. Ik ga met een makreeltje freelinen. Je zou denken dat er ook iets ‘anders’ zou kunnen rondzwemmen rond zo’n school makrelen. Een paar worpen later zit er eindelijk een mooi kleintje tussen en die is de klos. Of ik de eventuele grote vis met dit spul kan landen is van latere zorg. Eerst er maar eens iets aan krijgen!

De motregen begint inmiddels te vallen, maar omdat de weinige wind schuin van achter komt is het goed uit te houden. Het nerveuze gezwem van de makreel houdt me bij de les. Reuze spannend natuurlijk, want elk moment kan die beuk komen. Maar helaas, een klein uurtje later is deze les voor mij wel afgelopen, want er is niets gebeurd.

Als toetje voor het ontbijt nog maar even gooien met Buzzy en z’n vriendjes, waarvan inmiddels een haakje blijkt te zijn afgebroken. De motregen is nu onafgebroken en ik begin toch ook wel heel veel zin in dat ontbijt te krijgen. Een hele dikke makreel valt al snel op Buzzy. Een paar worpen later volgt een enorme toef als afmaker. De grootste pollak van de vakantie (67 centimeter) blijkt de tegenstander en stelt de slip een paar keer heerlijk op de proef.

Dankzij de ronde rotsvormen is het eenvoudig de vis met de hengel naar een goede landingsplek te sturen en met hulp van een golfje op de rots te trekken. Een prachtige vis en precies op tijd om weer ’s pollak te eten. Maar eerst dat ontbijt en dan de vis schoonmaken.

Geep
Na de brunch besluiten we helaas toch maar weer verder te gaan. Het zal de rest van de dag blijven regenen en ik hoef niet nog meer vis voor de pan te vangen. Eerst deze vangst maar ‘ns opeten. We rijden via het altijd drukke Bergen langs de kust naar het zuiden. De plek voor vandaag wordt de camping bij Skudeneshavn, alwaar we de vrienden met hun kinderen weer zullen ontmoeten. We zijn het begin van deze reis samen opgereden, waarna zij eerder richting het zuiden van Noorwegen trokken. Kijk, en dan heb je ineens een mooi voorraadje vis in de koelkast liggen om voor zeven eters te koken.

Recht achter de camping strekken de rotsen zich uit in zee. Het ziet er erg vissig uit. De stevige deining uit het noordwesten slaat prachtig stuk op de rotspunten in het water. Het zal even zoeken zijn waar de gaatjes én de obstakels zijn. Voor het eten ga ik het even proberen en kies de eerste veelbelovende plek uit. Na een uurtje wordt het toch een ander plekje met een dieper gat en minder obstakels in de buurt. Buzzy en ook ander kunstaas is niet succesvol. Een babypollak mag snel weer zwemmen.

De volgende dag is de noordwestenwind matig en de deining weer fraai. De karperhengel in stelling om met een 40 grams bombetta en lange wapperlijn en een reepje makreel tussen de stenen te vissen. Het eerste pollakje komt al vrij spoedig op de kant. De aanbeten daarna worden echter beloond met losschieters. Dan maar iets langer wachten met aanslaan. De boosdoener is al snel duidelijk. Er zwemt geep op de stek. Dit kleintje heeft haak 4 en een fors aasje toch in z’n bek weten te krijgen. Niet op gevist, maar toch gekregen. Een soortje erbij voor op het vakantielijstje.

Via de ferry naar Stavanger zakken we verder af richting Kristiansand, van waar we ferry naar Hirtshals, Denemarken zullen nemen voor de terugreis. Nog twee plekken waar ik heb gevist te gaan!

Honger gestild
We vinden een overnachtingsplek aan een klein haventje bij Stapneshølen, in de buurt van Egersund. Het is een mooie dag met een lekker zonnetje en een stevig briesje. Eventjes gooien met een pilker vanaf het piertje levert niets op. Een beroepsvisser komt aan met z’n bootje. Hij heeft een bak vol zeeduivels en verkoopt ter plaatse wat filets aan zeilers. Het karkas gaat naast de boot te water…

Er liggen nog garnalen in het vriezertje, die we nu toch al niet meer gaan eten…lipvistijd! Rond deze steiger moet toch een hoop leven zitten, zou je zo zeggen… en ja, hoor. Zodra het schuifloodje met het stukje garnaal de bodem heeft bereikt, recht naar beneden langs de kade, begint het getik. En je moet niet te vroeg, maar ook weer niet te laat aanslaan. Dat gaat dus niet altijd goed, maar vandaag tik ik in twee sessies de garnalen er doorheen.

Het gaat lekker door en er komt een heel scala voorbij: vier soorten lipvis, pollak en koolvis. Tussendoor vis ik op precies dezelfde plek met een klein oranje twistertje, maar op een enkel tikje na, trapt geen enkele vis hier in. Vervangen door het stukje garnaal is het een seconde later alweer prijs. Eenmaal komt er een flinke pollak mee omhoog met de lipvis die nog probeert het garnaaltje van de lipvis af te pakken. Het zou een mooie foto zijn geweest.

Met dit leuke gepeuter is de lipvishonger voorlopig wel weer even gestild.

Pilkertje
De laatste soort van deze vakantie meldt zich uiteraard aan het eind van de laatste vissessie. We staan in Mandal, waar de rivier Marna in zee komt. Het is rond 08:00 uur, afgaand water en weinig wind.

Terwijl Petra een stukje verderop vanaf het strandje in zee zwemt, sta ik vol verbazing vanaf de kade bij de parkeerplaats naar het water te kijken. Zeeforellen springen af en aan uit het water. Er zitten joekels tussen, die met een enorme plons het meeste stadsgeluid overstemmen. Met een 20 grams lepel haal ik nét de zone aan de overkant waar de meeste activiteit is te zien.

De stroming is fors waardoor zo ver mogelijk uptide gooien nodig is om op de plek het aasje op enige diepte te hebben. Terwijl de forellen springen, wissel ik allerlei lepels en pilkers en ook Buzzy blijft in diverse snelheden vol met allerlei ‘spinstops’ op allerlei dieptes onsuccesvol.

Tijd voor een ontbijtje -wéér op zo’n plek waar je gebakken eitje met spek meteen al drie keer zo lekker smaakt- en even herpakken. Ik weet ook wel dat die springende vis niet meer betekent dan dat ‘ze er zijn’ en dat ze ook vlak onder het wateroppervlak komen kijken. Je moet eigenlijk die ene sukkel treffen die je wél kunt foppen.

Van de ‘1000 worpen voor een zeeforel’ heb ik er nog geen 150 gedaan, dus na het eten en de koffie ga ik vol goede moed weer aan de gang. Nu met het kleinste pilkertje dat ik heb, 18 gram en niets anders. Gelukkig komt er al snel een mooie tik en een pollak is de de klos.

Het springen van de forellen neemt af. Er zijn inmiddels paar vissers bijgekomen, maar ik zie hen ook niets vangen. Ergens rond worp 300 wordt het pilkertje gepakt en nu voelt het anders dan een pollak of een makreel. En jawel, een van kleinere springertjes is de klos, een zeeforelletje of een zalmpje, ik wil er vanaf wezen, hij gaat als salmonide op het lijstje.

Ook weer zo’n plek waar ik trouwens de 1000 best wel vol zou kunnen maken. Een half uurtje later rijden we via een pittoreske omweg naar de ferry. Dag Noorwegen, tot de volgende keer!

De foto’s zijn van Petra de Boer en Marc Borst

Groet!
Marc

Advertenties